
Hovenier Boom heeft werknemers, die in het drukste seizoen vrij willen nemen.
Hovenier Kees Boom is vorig jaar voor zichzelf begonnen en heeft nu al drie jongens in dienst. Hij denkt dat hij ze na een jaar een vast contract moet geven en omdat hij een goede werkgever wil zijn doet hij dat ook. Beter dan zijn oude baas was. Hij draait zijn omzet vooral in voorjaar en zomer: van april tot en met augustus draait hij forse winsten, in de winter eigenlijk verlies, maar de zomer maakt veel goed. Hij heeft geen verzuimverzekering, dat is niet te betalen. In januari komt een van zijn medewerkers vragen of hij in mei vier weken vrij mag. Hij gaat trouwen en wil daarna op vakantie naar Bali. De huwelijksreis wordt door zijn schoonouders betaald en de tickets liggen al klaar. Kees geeft onder protest toestemming. In maart komt een andere werknemer: zijn moeder is ziek en hij wil zorgverlof opnemen. Kees weet niet hoe dit werkt, zit in het weekend te zoeken op internet, maar hij komt er niet uit en vraagt Aben Personeelszaken om hulp.
Ik inventariseer de bedrijfsvoering op bezetting: wanneer heeft Boom hoeveel medewerkers nodig, wie mag wanneer vrij zijn. Ik stel een vakantiebeleid op en maak tegelijk een bedrijfsreglement waarin ook afspraken rond verzuim worden afgesproken. Volgende keer zal Kees Boom dat probleem niet hebben. De medewerker met de zieke moeder krijgt geen doorbetaald zorgverlof, omdat hij daar geen recht op heeft. Ze maken wel afspraken hoe beiden hier het beste mee om kunnen gaan. Omdat Kees toch vindt dat hij een zorgplicht heeft, krijgt de medewerker een aantal doorbetaalde verlofdagen, maar doet hij het grootste deel in zijn vrije tijd.